Het komt (en gaat) in golven.

Er zijn dagen dat de energie niet op kan. Ik ga nog net niet springend m’n bed uit, pak het huishouden aan, ga een hoop opruimen. Draai 3 wassen op een dag (en ruim ze ook nog op, ook best het vermelden waard), kan boodschappen doen, sporten, koken (nou ja, eten opwarmen), alles erop en eraan. Dat is een goede golf, waarin ik ook ineens heel veel uitjes ga plannen. Even naar de dierentuin. Extra rondje hardlopen. Kom, we gaan bij familie langs. De energie is gewoon oneindig op dat moment en dat voelt zo heerlijk. Dus wil ik naar het strand! En niet volgende week, maar nu. Want nu is het lekker weer, dus gaan we NU!

Maarja. Na die fantastische golf, komt er weer een duik naar beneden. Zo’n “ik kan m’n bed niet uitkomen”. En dan niet ‘oh we zijn allemaal wel eens moe’, maar een aanhoudende vermoeidheid van dagen. Een waar ik mezelf ook niet meer uit krijg. Niet met uren slapen, niet met uren bankhangen, ook niet met wandelen en frisse lucht trouwens. Gewoon helemaal niets. Dan komt er nog een stapeltje paniek bovenop, want ik heb nou eenmaal wel allemaal dingen geplanned en dingen beloofd. Aan mezelf, aan anderen. De meest vreselijke golf is dat. Die golf die ook ineens op komt zetten. Oké, je weet altijd dat die duik naar beneden komt als je een paar dagen (en soms zelfs weken) zo euforisch je ding doet.

Snoekduik het diepe in

Die snoekduiken naar beneden lijken wel steeds dieper te worden en de negatieve spiraal steeds langer. Als ik nu om me heen kijk zie ik overal chaos. Chaos die misschien niet eens zo heel erg is, maar alles bij elkaar optellend wel. Ik zie m’n wasrek met was. Die al 2 dagen droog is, en ik dus echt wel op moet ruimen. Maar ik weet ook dat de volgende was in de wasmachine staat te wachten – dus of ik die even op wil hangen. De keuken is nog een halve bende, omdat ik vanmorgen toch de energie kon opbrengen om de eerste ronde vaat in de vaatwasser te doen. De salontafel is een ‘gezellige bende’. En de eettafel, waar ik nu aan werk, omdat ik van mezelf niet op bed mag liggen met de laptop om wat werkdingen te doen, is eveneens een gezellige bende. De stoelen zijn een stille getuige van het feit dat ik m’n jassen, vesten en tassen ook even niet kan voorzien van een plek.

Een hele diepe snoekduik, een golf flink naar beneden. En ik snap het niet. Deze maand ging ik nog naar een concert, vorige maand liep ik Berlijn. Het contrast is zó groot. En dat maakt me weer boos op m’n eigen lijf. Want er kan werkelijk waar nóóit iets een keer normaal gaan in dat lijf van mij. En de pest is – het is allemaal niet noemenswaardig. Ik hoef er niet mee naar de huisarts, niet mee naar het ziekenhuis. Ik loop alleen een beetje vast en moet eigenlijk gewoon maar stilletjes wachten tot het overwaait. Op naar de volgende golf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *